Stil

Het was stil hier. Heel stil. In het dagelijkse leven gierde het leven me door de ziel. Ik ben twee maanden geleden naar huis gekomen. Vroeger dan verwacht. Normaal stond ik nu pas terug op Belgische bodem.

De afgelopen twee maanden stuiterden mijn gedachten rond jou, Tim. En niet alleen mijn gedachten. Ik schreef je brieven, ik bracht krieken en frikadellen, pannenkoeken en pintjes naar de werf. Vierde mijn promotie met jou. De BBQ stond klaar.  Ik schoof mijn werk aan de kant onder het mom van ‘gezondheidsissues’. Dat het om mijn mentale gezondheid ging, hoefden slechts weinigen te weten. Ik kon me toch niet concentreren. Was ik zo lange tijd bevreesd om mijn leven met iemand te delen. Dan wilde ik nu niets liever dan jouw vrouw zijn. Samen sterk.

Ik heb in je ogen vriendschap gezien, begeerte, bewondering, echte liefde. In mijn hoofd, kwam je al 10 000 keer het gangpad af, hoorde ik je stappen op de trap, je auto voor de deur of achteraan geparkeerd. Iedere minuut van de dag, denk ik aan je. De enige uitzondering wanneer ik aan het sporten ben. En zelfs dat heeft zijn grenzen.

In werkelijkheid ben je nog steeds van haar. Zeg je dat je van me houdt, dat je bij me wil zijn, slaap je met me. Dan hoor ik dagenlang niets van je. Dit doet ongelooflijk veel pijn. Ik wil gewoon de jouwe zijn en leuke tijden gaan beleven. Jij, als man van mijn leven. De pijn wordt stilaan ondraaglijk.

Zondag is tomorrowland.